Posted on februari 1, 2010 by Paul Laaper
E. aan de lijn: “Ik heb een opdracht om een nieuwe examensystematiek te ontwerpen. Heb je zin om mee te doen?” Natuurlijk had ik zin om mee te doen: voor marktpartijen trajecten bouwen waar binnen je eigen roc blijkbaar nog geen behoefte aan is, is een aantrekkelijke uitdaging. Vorig jaar mei zijn we aan de gang gegaan. De eis van de opdrachtgever was om de beroepspraktijk een grotere rol bij de examinering te laten spelen; tot dan werd de opleiding afgesloten met alleen maar een theorie-examen. Al snel waren we het er over eens om de praktijkopdrachten die onderdeel van het lesmateriaal zijn, de basis van de examinering te laten zijn; portfolio opbouw dus. De stap naar digitaal was toen ook snel gezet, het logistieke proces werd daarmee beheersbaar. Het probleem dat op dat moment ontstond was hoe dit te realiseren. Een commerciële elo was onhaalbaar en zelf knutselen met open source software was ook geen optie. De oplossing hebben we gevonden bij de firma Paragin, die bereid was een systeem voor ons te ontwikkelen. Al in een vroeg stadium vonden de eerste gesprekken plaats, waardoor het systeem ‘on the flow’ ontwikkeld werd op basis van onze wensen en de suggesties van Paragin. Gaande het project is er veel tijd gaan zitten in het opstellen van processchema’s: welke rol moet welke stappen doorlopen? Ook de vraag: ‘Hoe borgen we de kwaliteit van het traject?’ heeft ons lang beziggehouden. De kwaliteitsborging hebben we uiteindelijk gerealiseerd door het theorie-examen te handhaven als onderdeel van het traject en het gehele traject af te sluiten met een criteriumgericht interview, af te nemen door een assessor en een inhoudsdeskundige. Zij zijn uitvoerig gebriefd en konden hun interviews voorbereiden m.b.v. het systeem. Deze interviews met de cursisten van de pilotgroep hebben de afgelopen week plaatsgevonden. En wat was het leuk om te doen! Met name cursisten vinden het zinvol om op deze manier hun opleiding af te sluiten. Aan al het werk dat ze besteed hebben aan hun opdrachten wordt op deze manier aandacht geschonken. En de opdrachtgever? Die overweegt ook de andere opleidingen op deze manier in te gaan richten.

Overzicht inhoud portfolio
Filed under: cgo, didactiek, ict, portfolio | getagged: assessment, assessor, criteriumgericht interview, inhoudsdeskundige | Leave a Comment »
Posted on januari 28, 2010 by Paul Laaper
De keuken, zowel de huishoudelijke als de professionele, is een reservaat van foutieve beweringen, broodje aap verhalen, bakerpraatjes, folkloristische gebruiken en quatsch. Als er één plek is waar wetenschap en resultaat van wetenschap buiten de deur zijn gehouden (op enkele kleine plekjes na) dan is het de keuken wel. Lees kook – en lesboeken er maar op na. Wie tegenwerpt dat de moleculaire keuken toch wel die wetenschap omarmt, heeft gelijk, maar moet maar eens op sites als Koksforum e.d. kijken om te zien hoe de gemiddelde bijdrage aan de discussies daarover vaak niet verder komt dan middeleeuwse alchemistische prietpraat. Elk jaar krijg ik vragen over de ‘wetenschappelijke’ kant van het koken en het verbaast mij dan dat kwesties die al lang zijn ontrafeld nog steeds niet doorgedrongen zijn in lesboeken en de lessen van collega’s. Het historisch dieptepunt was ooit de opmerking van een cursist dat je het bekken waar je slagroom in op ging kloppen toch wel goed moest ontvetten, net zoals voor eiwit, anders ging het toch echt fout. Dat had hij van zijn leraar geleerd.
De aanleiding voor dit stukje is de vraag die elk jaar wel een paar keer aan de orde komt, zo ook weer deze week. Moet je vlees voor, tijdens of na de bereiding zouten? Vele argumenten voor en tegen welke keuze dan ook zijn in de loop der tijden geproduceerd, de een met nog mooiere argumenten dan de ander. De journalist Onno Kleyn schrijft in zijn boekje Olie op het Pastawater? dat hij zouten vooraf prefereert. Ik weet dat hij daar ooit een onderzoekje naar gedaan heeft, maar kan daar niets meer over terugvinden. Harold McGee maakt geen woorden vuil aan de kwestie en Peter Barham laat het over aan de gebruiker. Het is alsof beide heren het een onbelangrijk punt vinden. Dat wordt bevestigd door Hervé This, die in zijn boek twee pagina’s wijdt aan het vraagstuk, dat onderwerp was van een van zijn moleculaire gastronomie seminars. Het resultaat van de experimenten: het maakt niet uit op welk moment je het vlees zout. En daarmee verwijst hij alle argumenten voor of tegen een van de keuzes naar het rijk der fabelen.
Literatuur: Harold McGee, Over eten & koken; Peter Barham, The Science of Cooking; Hervé This, Building a meal.

Himalaya zout

Ribeye
Filed under: gastronomie, koken, moleculaire gastronomie | getagged: vlees zouten | 2 Commentaar »
Posted on januari 24, 2010 by Paul Laaper
Deze legendarisch woorden sprak mijn goede vriend Koos zo’n twintig jaar geleden toen we samen aan een cijferregistratiesysteem werkten. Wat hij er mee bedoelde was dat gebruikers geen last van automatisering en ict moesten hebben, alleen maar gemak en dus geen boodschap hebben aan de problemen die een programmabouwer tegenkomt. Ik moest weer aan die woorden denken toen ik vrijdag jl. weer eens geconfronteerd werd met het amateurisme rond de ov-chipkaart. Ik ben een groot voorstander van dit soort systemen: het bevrijdt mij van nadenken of ik wel een kaart heb of van het staan in rijen op momenten dat je er geen tijd voor hebt. De aanschaf van kaart met automatisch opladen ging vlekkeloos, al blijft het raar dat je apart naar een oplaadpunt o.i.d. moet om de kaart te activeren. Toen kwam de mededeling dat je ook bij NS met de kaart kon gaan reizen. Verhoging van het saldo was nu geboden. En toen ging het mis. Via de site van ov-chipkaart wel de verhoging aangevraagd en de benodigde €0,01 gestort, maar er gebeurde niets. Na een tijdje maar eens contact gezocht, alle gegevens (inclusief betalingsgegevens van die €0,01) bij klantenservice achtergelaten, en ja, er was vertraging opgetreden en de bevestigingsbrief zou snel komen. Geen brief. Weer contact en de meneer van klantenservice kon mij melden dat die €0,01 nooit bij hen binnengekomen was. Nog maar eens geld gestort en ja, daar kwam de brief. Dit proces van verhogen van het saldo heeft op de dag af drie maanden geduurd. Maar, ik was klaar voor de NS! Eerste reisgelegenheid was 30 december. Op de website las ik dat je die dag met 40% korting kon reizen vanwege de sneeuwoverlast van de voorgaande dagen. Helaas gold die korting niet als je met de ov-chipkaart reisde, dat kon het systeem niet aan. Dus maar een gewoon kaartje gekocht. Vrijdag jl. was het zover: reizen met de trein en betalen met de kaart. Kaart voor de paal gehouden, vreemd geluid en de melding: in- en uitchecken niet mogelijk. Shit! Paal waarschijnlijk kapot, dus andere paal proberen. Paalflits nr. 2: vreemd geluid en de melding: in- en uitchecken niet mogelijk. Dan maar naar NS-beambte. ‘Klopt meneer, u moet de kaart apart activeren voor de NS.’ ‘???’ ‘Ja meneer, houd u er maar over op, wij krijgen hier al die vragen en kunnen er ook niets aan doen. Hier heeft u een papier waarop staat hoe u dat moet doen.’ Alsnog dus een kaartje gekocht. ’s Avonds op de site van NS geprobeerd de kaart te activeren, activeren niet mogelijk tot zaterdagochtend. Inmiddels is de kaart voorbereid om geactiveerd te worden: ik moet er nog mee naar een kaartjesautomaat om te bevestigen. Hoezo, automatisering maakt het leven makkelijker? Toch even gecontroleerd op de site van ov-chipkaart en inderdaad, nergens een melding dat je voor NS je kaart apart moet activeren. Er zijn nog een aantal vervoersbedrijven die met de ov-chipkaart (gaan) werken. Je zult toch niet voor al die maatschappijen apart je kaart moeten activeren? Ik ben bang dat ik het antwoord al weet.
Filed under: dagdenken, ict | getagged: ov-chipfail, ov-chipkaart | Leave a Comment »
Posted on november 18, 2009 by Paul Laaper
Ik tegen de helpdeskmedewerker:’Goedemiddag, ik moet mijn wachtwoord weer veranderen en ik ben al die criteria waar het aan moet voldoen vergeten.’
Helpdeskmedewerker: ‘Geeft niets meneer, daar zijn we voor. Er zijn zes voorwaarden. De eerste is dat het niet gelijk mag zijn aan een van de vorige twintig wachtwoorden.’
Ik: ‘Twintig? Zoveel kun je er toch niet onthouden? Hoe weet je nou of je een wachtwoord al gebruikt hebt?’
Helpdeskmedewerker: ‘Misschien kunt u ze ergens opschrijven?’
Ik: ‘…’
Filed under: dagdenken, onderwijscultuur | getagged: wachtwoordenbeleid | 2 Commentaar »
Posted on november 16, 2009 by Paul Laaper

Het rapport van de Onderwijsraad Naar doelmatiger onderwijs heeft voor nogal wat beroering gezorgd. Als ik de samenvatting van het rapport lees, dan begrijp ik die beroering niet. Wie kan er nu tegen een doelmatiger onderwijs zijn? De reacties gaan bijna allemaal over het tijdschrijven. (Zie voor een genuanceerde reactie de blog van Jef van de Hurk) Blijkbaar is het een open zenuw voor onderwijsgevenden. Waarom? Waar is men bang voor? Ik houd al jaren bij waar ik mijn tijd aan besteed. Wat het mij oplevert? Ervaringscijfers over hoeveel tijd ik besteed aan projecten, reguliere opleidingstrajecten, tijd die ik besteed aan roc-activiteiten, etc. Ik kan nu ja of nee zeggen tegen vragen en opdrachten omdat ik een redelijk inzicht heb in hoeveel tijd het mij zou gaan kosten. Mijn accountmanager kan ik vertellen of we nog in de pas lopen met de projectbegroting en aan opdrachtgevers kan ik inzicht geven over mijn tijdsbesteding. Vinden ze heel prettig. En bij de onderhandelingen over mijn week-jaartaak heb ik ervaringscijfers van de afgelopen acht jaar die ik in kan brengen. En tot op de dag van vandaag is er nog geen directeur of zo geweest die me gevraagd heeft mij te verantwoorden op basis van mijn twr-administratie. Angst en een slecht geweten zijn altijd slechte raadgevers geweest en het verbaast mij dat de AOB zich ook door irrationele motieven laat leiden. En de anti-vernieuwingsbeweging Beslist Ook Niet, die mekkert over de aanval op de positie van en de enorme administratieve last die uitgestort wordt over docenten, kan ik melden dat mijn tijdschrijven mij drie minuten per week kost. En ook dat is een ervaringscijfer.
Filed under: ict, onderwijscultuur | getagged: tijdschrijven, twr | Leave a Comment »
Posted on november 5, 2009 by Paul Laaper
Af en toe krijg ik de vraag waarom het zo handig, goed, etc. is om ict in te zetten in je onderwijs. Meestal ratel ik dan een aantal voordelen en voorbeelden bij elkaar. Een echt gesprek, laat staan discussie, ontspint zich zelden, meestal door gebrek aan kennis en ervaring van de vragensteller. Deze week was het een keer anders. Een collega van buiten het roc gaat zich bezighouden met digitalisering van lesmateriaal en oriënteert zich door gesprekken te voeren met mensen die al enige ervaring op dit gebied hebben. De vraag was helder: “Ik ben nu op zoek naar didactische kaders en uitgangspunten waarmee docenten hun lesmateriaal opbouwen.” Nu het antwoord nog. De vraag dwong me om weer eens op een rijtje te zetten welke uitgangspunten ik indertijd gehanteerd heb om ict in mijn onderwijs in te zetten. De aanleiding, in 1998, was het feit dat ik mijn leerlingen zelf bestellingen voor hun praktijkles wilde laten doen. Dat kon ik alleen maar realiseren als ik een instrument zou gebruiken dat én de leerling én mijzelf (denk aan het verzamelen van alle gegevens) niet teveel tijd zou gaan kosten. Ik heb toen gekozen voor Excel en dat systeem functioneert nog steeds goed. Een paar jaar later kregen we de beschikking over een elo, Blackboard in dit geval, en dat loste voor mij een flink logistiek probleem op. De distributie van lesmaterialen hoefde niet meer via de mail of hand-outs en ook de mogelijkheid van het forum bracht een efficiency winst. Daarbij kreeg ik de mogelijkheid om andersoortige opdrachten te laten maken: leereenheden zijn prima instrumenten om leerstof te verwerken buiten de reguliere lestijd om. En door de leereenheden op te bouwen met beoordeelbare opdrachten kon ik van huis uit de vorderingen van de cursisten volgen en becommentariëren. Nog meer efficiency winst. Daarna volgden de experimenten met het portfolio in Bb en sinds vorig jaar het weblog als portfolio. Wat zegt dit alles nu over mijn uitgangspunten en didactische kaders? Als een paal boven water staat dat ict mijn leven als docent makkelijker heeft gemaakt en dat de kwaliteit van de contacttijd en het onderwijsleerproces verhoogd is. Ict als middel dus en niet als doel. Digitale didactiek is daarnaast voor mij primair een opdrachten didactiek. Zorg voor een logische indeling van je leerstof en verkavel dat in hapklare brokken. Dit laatste natuurlijk gerelateerd aan je doelgroep. Aan diverse kavels kun je dan opdrachten koppelen.
Voorbeeld. Voor het onderdeel Voedingswensen/-gewoonten heb ik drie wiki’s in Bb aangemaakt. In de wiki heb ik vragen, opdrachten en bronnen neergezet. De klas in drie groepen verdeeld en ze aan de gang gezet. Het aardige is dat elke groep een andere strategie of werkverdeling hanteert. Maar samengewerkt wordt er! Bijkomend voordeel is dat ik zelf het verhaal niet voor de zoveelste keer hoef te vertellen en dat ik me bezig kan houden met de manier waarop ze met de opdracht bezig zijn.

De opbrengst van mijn overdenking was al met al dus niet zo spectaculair, het leverde echter wel een geanimeerd gesprek van bijna twee uur op!
Filed under: cgo, didactiek, ict | getagged: digtale didactiek, opdrachten didactiek | 1 reactie »
Posted on oktober 26, 2009 by Paul Laaper

Motto van het besproken boek
Hervé This is een van de grondleggers van de wetenschappelijke kant van het moleculaire koken. Recent verscheen een van zijn boeken in vertaling: The science of the oven. Om te beginnen: de vlag dekt de lading niet. Wie verwacht een praktisch boek in handen te krijgen over de processen die zich afspelen in een oven, die wordt teleurgesteld. De oorspronkelijke titel van het boek, Pour la science, geeft beter weer waar het in het boek om gaat. De centrale vragen zijn: welke kennis is er op dit moment voorhanden, waar komt die vandaan en wat kunnen we er vervolgens mee doen? Voor This is koken niets anders dan een feest van fysica en chemie. Een aantal basale processen wordt tot op het bot ontleed. Van de lezer wordt daarbij wel enige voorkennis verwacht. Regelmatig komen begrippen als ionen, carboxyl-groepen, zuren en basen, aminozuren, polysachariden, etc. voorbij. Als je daar niets van weet, is het af en toe saai of onbegrijpelijk wat er staat. Ook de link naar de dagelijkse praktijk wordt veel minder gemaakt dan in zijn andere boeken. Geen recepten of uitgebreide bereidingswijzen. Wel hoofdstukken en paragrafen met open einden: de uitnodiging om zelf op onderzoek uit te gaan. Wat komt er zoal voorbij? Een hoofdstuk over de rol die de zintuigen spelen bij het waarnemen van voedsel (en drank). Hij rekent nogmaals af met het allang achterhaalde beeld van de verdeling van de smaakpapillen over vier zones op de tong. Het ligt allemaal veel ingewikkelder. Verder de relatie tussen voedsel en gezondheid, veel over tannines, het gedrag van schuimen en, heel praktisch, waarom je suiker tot 127° C moet koken voor Italiaanse meringue. Ook wordt de opvatting onderuit gehaald dat vlees, dat in een geurige vloeistof bereid wordt, dit vocht of de smaakmoleculen daarvan, op zou nemen. Deze observatie was al in 1984 door Harold McGee gedaan, This toont het met experimenten nogmaals aan. Het boek wordt afgesloten met het hoofdstuk Van moleculair koken naar culinair constructivisme. This probeert hier een nieuwe manier voor het ontwikkelen van gerechten middels het gebruik van wiskundige formules. Hoe dat in zijn werk gaat, gaat te ver om hier uit de doeken te doen.
The science of the oven is een heerlijk boek om in te lezen. Het daagt uit om de wetenschappelijke bevindingen te vertalen naar de dagelijkse praktijk. In deze zin is het zelfs te beschouwen als een leerboek!
Filed under: moleculaire gastronomie | Leave a Comment »
Posted on oktober 16, 2009 by Paul Laaper
Vind ik in de school een ringband. Bij opening, om te zien of ik hem ergens terug kan brengen, zie ik dat het om een beoordelingsportfolio gaat. Altijd geïnteresseerd in deze materie, blader ik er eens doorheen. Ben benieuwd hoe anderen dat onderdeel inrichten en uitvoeren. Na een tijdje leg ik verbijsterd de map weg. Citaat: “Hoe bouw je een beoordelingsportfolio op? Je gaat per werkproces een aantal bewijzen verzamelen. Hiermee laat je zien dat je kennis hebt opgedaan over het betreffende onderwerp.” Nergens in de teksten het woord competentie. Vervolgens volgt de opsomming van bewijzen die verzameld moeten worden: 45 stuks! Die aan het eind van de rit door twee beoordelaars beoordeeld moeten worden. Voorbeelden van zo’n bewijs: ‘Maak een foto van de postkamer. Vertel de regels van first in – first out. Wat sla je op in de diepvries.’ En de tragiek is dat er nergens een poging gedaan wordt kerntaken en werkprocessen te integreren, sterker nog, navraag leert dat er aparte docenten zijn voor de kerntaken 1, 2, enz. en dat ze ook nog over de leerjaren verdeeld zijn. Integratie is dus niet eens mogelijk.
Het is maar goed dat het onderwijs in ons roc geen primair proces meer is, anders zou je je er nog zorgen om gaan maken.

Bewijs!
Filed under: cgo, didactiek, onderwijscultuur, portfolio | getagged: hoe het niet moet | Leave a Comment »
Posted on oktober 12, 2009 by Paul Laaper
Vandaag de hele dag in Ede geweest bij CompetentCity. Altijd goed dat soort bijeenkomsten waar kennisdeling op de voorgrond staat. Omdat ik zelf onderdeel van twee workshops was, kon ik maar één ronde gebruiken om ergens te gaan kijken. Dat werd de Matrix Competentiegericht onderwijs van Lidwien Sturing. De matrix is een instrument dat zij in het kader van haar studie ontwikkeld heeft. Het principe is simpel: op de y-as staan de tien principes van cgo, op de x-as de indicatoren die behoren bij een bepaald ontwikkelingsstadium. Vervolgens was de opdracht om een opleiding waarbij je betrokken bent eens onder de loep te nemen en dit vervolgens maar eens bij je buurman / -vrouw te verantwoorden. Dit leverde aardige discussies op. Een mooi instrument om ook het gesprek in je eigen opleidingsteam op gang te brengen. Omdat het instrument nog in ontwikkeling is wil ze graag in contact komen met teams die het gebruiken. Wij gaan haar zeker vragen aanwezig te zijn als we de opleiding, die we samen met de Koninklijke Marine gemaakt hebben, eens flink op de pijnbank gaan leggen. We denken dat we al een heel eind op weg zijn, maar is dat ook zo?
Naast het vele praten met bekenden en onbekenden dus ook twee workshops. De eerste was Drempelloos, waarbij docenten met geen of weinig kennis en vaardigheden in web 2.0 toepassingen op weg geholpen worden. Het gebruik van beeld- en geluidsbestanden in het onderwijs staat daarbij centraal. In de laatste ronde Pauwen en Pinguïns, over het samenstellen van projectteams. Met behulp van het spel Wie ben ik? waar nieuwe karakters opgeplakt waren, moesten de groepen een projectteam samenstellen. Vurige debatten waren het gevolg: waarom Hennie vd Most wel en Gerrit vd Valk er niet in thuishoorde of wat nou werkelijk het verschil wel was tussen Napoleon en Foppe de Haan. Het leverde kleurrijke projectteams op waarbij Neelie Kroes in alle teams opgenomen bleek.
Tot slot wil ik niet onvermeld laten dat ik van diverse kanten opmerkingen kreeg over het soms tenenkrommende niveau van presentaties en presentatoren, met name die presentator die beweerde dat werkprocessen en competenties hetzelfde zijn.
MBO 2010 en CompetentCity kunnen nog lang niet opgeheven worden.

Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (r) wordt bijgepraat over het doel van Drempelloos 2.0
Filed under: cgo, didactiek, ict | getagged: CompetentCity, drempelloos, pauwen en pinguins | Leave a Comment »
Posted on oktober 12, 2009 by Paul Laaper
Voor de geïnteresseerde in moleculaire gastronomie staan er interessante publicaties op stapel. Op het weblog van de Noor Martin Lersch staat een overzicht van wat er komen gaat. Dit weblog is sowieso een eldorado voor iedereen die meer te weten wil komen over dit onderwerp. Ik heb zelf het boek van Hervé This over de processen die in de oven plaatsvinden besteld. Eind oktober moet het verschijnen. Dat herinnert me eraan dat ik ook nog steeds een recensie moet schrijven over het vorig jaar verschenen Cooking – the Quintessential Art.

Filed under: gastronomie, gastrosofie, moleculaire gastronomie | getagged: Hervé This | Leave a Comment »