Memories are made of this …

Nee, ik ga het niet over Dean Martin hebben. Wel over één van de pijlers onder het beroep van kok, het vak waar ik mijn leerlingen voor opleid. Productkennis is essentieel. Als je niet weet wat je product is, kun je ook niet de juiste technieken, bewerkingen, smaakcombinaties, etc. toepassen. Maar het is vaak platte kennis waar het om gaat. In de theorieles besteed ik er aandacht aan door bijzonderheden te vertellen, iets over geschiedenis en herkomst, dat soort dingen. Aan het begin van de praktijkles start ik met productherkenning. De leerlingen moeten dan 10 producten zien te herkennen, producten die een rol spelen in de praktijkles van die dag of die al een keer aan de orde geweest zijn. Vervolgens bespreek ik ze met hen. Ik doe dat tijdens 20 lessen, dus er komen alleen dan al 200 verschillende producten voorbij. Slechts een deel van wat er gedurende het jaar in de theorie en praktijk behandeld en gebruikt wordt. Kortom, het is veel en lastig te leren. Het is een onderdeel waar het memoriseren en reproduceren belangrijke activiteiten zijn en waar de vergeetcurve geheid toeslaat. Op zoek naar instrumenten om de leerlingen te helpen dus. Eisen die ik stelde: digitaal, snel te produceren en tot in het oneindige te herhalen door de leerlingen. Een memory spel  leek mij aan de twee laatste eisen te voldoen en de eerste zou al wel ergens gerealiseerd zijn. Mijn persoonlijke zoekmachine geactiveerd en binnen de kortst mogelijke tijd had ik een programma om spellen te maken. Maar, net als bij de tweede, gedoe met aparte software, plaatjes en weet ik veel wat nog meer. De derde was raak. Op memoryspelen kun je binnen een paar minuten een memory spel maken, mits je je woorden, begrippen, afbeeldingen e.d. klaar hebt staan. En met dezelfde input kun je er ook een sleepspel mee maken. De eerste paar spellen heb ik al geplaatst en er vanuit de elo naar gelinkt. Probeer de verdeling van het rund in beeld en begrip en de productherkenning vis als sleepspel maar eens. Kun je nog wat van leren.

Het lentegevoel van een menigte leraren met lef

Vanochtend zag ik de volgende tweet van @fransdroog:

Hoeveel leden van #TheCrowdNl zijn ook ‘lid’ van #LerarenMetLef ?#onderwijs Zie laatste commentaar bij: linkedin.com/groups/Hadden-

Een interessante vraag gezien reacties op de bijeenkomst van de Leraren met lef op 14 april in Utrecht. Maar eens naar de discussie in de betreffende Linkedin groep gesurfd. Opvallend vind ik dat er meerdere keren gewezen wordt op het feit dat het allemaal nogal algemeen geformuleerd is, maar dat er nergens iets concreets verwoord staat. Met ander woorden: wat is nu een leraar met lef? Wat maakt nu die lente? Om maar weer eens terug te gaan naar mijn didactiek/methodiek lessen die ik op de Pedagogische Academie volgde: ‘Operationeel maken die doelstellingen, dames en heren!’ Ik zal een poging wagen om een en ander te concretiseren op basis van mijn eigen ervaring als leraar in het mbo. Mijn uitgangspunt is: wat je van je leerlingen verwacht, moet je minimaal van jezelf verwachten. Dat betekent dat ook ik op tijd ben, mijn lessen voorbereid, mijn leerlingen zal verwittigen als ik er een keer niet zou zijn. Maar dit is een soort basaal kwaliteitsniveau. Welke doelstellingen stel ik mij nog meer?

  1. Verander jaarlijks van 10% van je lessen de werkvorm. Experimenteer daarbij met minstens één voor jou nieuwe vorm. Het voorkomt de automatische piloot en de methodenslavernij.
  2. Stel je jaarlijks op de hoogte van tenminste één nieuwe ontwikkeling. Aan het eind van je onderzoeksperiode weet je of je het kunt e/o wilt gebruiken in je onderwijs. Ik verdiep mij op dit moment in het verschijnsel augmented reality en wil over een paar maanden antwoord hebben op de gestelde vraag.
  3. Onderbouw elke grote verandering in je onderwijs met argumenten. Verantwoord je tegenover anderen. Impulsief gedrag leidt tot ongelukken.
  4. Deel je ervaringen jaarlijks met anderen op een daarvoor bestemde bijeenkomst, liefst éénmaal intern en éénmaal extern.
  5. Houd aan het eind van het jaar een anonieme enquête onder je leerlingen. Stel daarin jouw functioneren als leraar en je onderwijs aan de orde. Vraag naar de ervaringen van de leerlingen met de voor jou nieuwe elementen. Zelf neem ik een paar weken voor de laatste lesdag een enquête af via de elo. Voor het beantwoorden van de vragen geef ik ze 2 à 3 weken en moeten ze thuis doen.
  6. Verzorg éénmaal per jaar een les of presentatie met iemand anders. Vraag gerichte feedback aan haar of hem. Gerichte feedback kan aan de hand van aandachtspunten die je van tevoren opstelt.
  7. Volg drie weblogs op het gebied van onderwijs. Je blijft daarmee op de hoogte van de ontwikkelingen die anderen signaleren.

Of dit het lentegevoel van een menigte leraren met lef op gaat leveren weet ik niet.  Of het een bruikbaar lijstje is voor anderen kan ik niet beoordelen. Het zijn in ieder geval doelstellingen die mij voortdurend bezighouden.

Dat was ….. cvi-conferentie 2012

Al weer een week geleden. De cvi-conferentie van 2012 is al weer een week passé. Tijd om terug te blikken op twee enerverende dagen. Maar waar te beginnen? Bij de verrassende setting van de grote zaal? Bij de twee keynotes die zo verschrikkelijk verschillend waren? Of over die voor-de-klas-staande collega’s van mijn eigen roc die er weer niet waren? Nee, ik begin bij wat voor mijzelf een primeur was: conferentieblogger.

Conferentieblogger
Uitgenodigd om over alles te schrijven wat ik maar wilde en geen kwantiteitseis. En wat viel het tegen om te doen. Bij een presentatie zitten, actief luisteren en er ook nog iets van vinden is geen probleem. Maar tegelijkertijd aantekeningen maken om er later een samenhangend verhaal van te maken is een ander ding. Ik betrapte mezelf er regelmatig op dat ik iets gemist had terwijl ik op mijn pc’tje teksten zat in te kloppen. Petje af voor multi-producenten als Joël de Bruijn en Wilfred Rubens die er blijkbaar geen moeite mee hebben. Oefening baart waarschijnlijk ook hier de kunst. Wat mij verder opviel was dat ik presentaties in deze rol op een andere manier ervaar dan als alleen toehoorder.

Presentaties
Dan mijn eigen presentaties. De eerste, met collega E, had ons veel hoofdbrekens gekost in de voorbereiding. Hoe breng je het begrip Onderscheidende kwaliteit over het voetlicht? Nou, blijkbaar heeft ons format van een aantal casussen en de bingomachine, die bepaalde welke casus besproken werd, gewerkt. Verhitte discussies waren het gevolg van het toucheren van open zenuwen. En opvallend (alhoewel?) hoeveel organisaties gevangen zitten in de val van het niveau van ‘de inspectie vindt het goed dus is het goed’. En die niet bij machte zijn om te voldoen aan wat de cursisten verwachten, laat staan zich te onderscheiden.
Ook dit jaar hadden we weer een inbreng in de Verdiepingsconferentie. Helaas kon een Drempelloos-sessie niet doorgaan en hebben we het maar beperkt in onderwerp en personeel. Samen met Karin Winters, een mooi voorbeeld van samenwerking onderwijs-bedrijfsleven, hebben we met de aanwezigen onderzocht wat de mogelijkheden zijn als je een klas voor je hebt die allemaal verschillende apparaten bij zich hebben. Het blijkt dus dat de enige voorwaarde voor succes een goede internetverbinding is, voor de rest maakt het niet veel uit. Mooi was de opdracht om naar de site met alle dialecten in Nederland te gaan en daar een dialect aan te klikken. Uit vele telefoons en tablets klonken tegelijkertijd allemaal verschillende dialecten, bij elkaar een eigen dialect vormend. Prachtig om te zien ook!

Domper
Teleurstellend vond ik de presentatie over Augmented reality van roc De Leijgraaf. Niet omdat de presentatie an sich slecht was, integendeel, de voorbereiding was zo te zien zeer gedegen geweest: de zaal hing vol met voorbeelden van toepassingen en de heren hadden het zekere voor het onzekere genomen en eigen verbindingsmogelijkheden meegebracht. En toch kwam er niet uit wat er in zat vanwege de beroerde internetverbindingen. Zo jammer dat het tonen van een techniek van de zeer nabije toekomst met geweldige mogelijkheden in het onderwijs om die reden niet uit de verf komt. Ik ben van mening dat het garanderen van internetverbinding hoger op de prioriteitenlijst voor organiserende roc’s moet staan dan het garanderen van slaapgelegenheid. Volgens mij staat de I voor innovatie.

Conferentiepomp

Een conferentie met de sub-functie van dorpspomp, dat is de CVI-conferentie langzaamaan voor mij geworden. Vele bekenden gesproken, weer aantal nieuwe contacten opgedaan en dat allemaal in die sfeer die ik zo kenmerkend vind. Niet dat gedrag van ‘kijk eens hoe goed ik ben’, maar meer van ‘dit ging goed’ en ‘dit ging minder goed of zelfs fout’. Het is een sfeer die ik ook in mijn klas nastreef, een sfeer namelijk waarin geleerd kan worden. Ik dank de organisatie en de deelnemers dan ook voor de mogelijkheid die ze mij geboden hebben om weer te leren.

CVI 2012 – Lente in het onderwijs! Laat many devices bloeien!

Woensdag en donderdag is weer Dé Conferentie voor het mbo. Onder het motto Samen naar de top organiseert CVI voor zo’n 1200 deelnemers de tweejaarlijkse conferentie. Kennis en ervaringen uitwisselen op het gebied van onderwijs en ict tijdens ±250 presentaties: een rijkere leeromgeving voor docenten kun je je bijna niet voorstellen. Ook dit jaar geef ik weer presentaties. Over de eerste gaat mijn vorige blogpost, dit bericht gaat over de workshop die ik samen met Karin Winters van KPN Consultancy verzorg op de Verdiepingsconferentie. Op de vorige verdiepingsconferentie hielden we een Drempelloos-sessie waar we lieten zien hoe je met weinig inspanning web 2.0 activiteiten met je leerlingen kunt uitvoeren. Inmiddels zijn we twee jaar verder en ook de ontwikkeling van de technologie heeft niet stil gestaan. We leven in een tijd waarin mijn eigen roc nieuwbouw gaat realiseren die waarschijnlijk in 2015 in gebruik genomen gaat worden en waar gewoon nog computerlokalen gepland worden, maar ook in een tijd waarin meer dan 60% van de jongeren tussen 15-29 jaar een smartphone heeft. En dat aantal zal in 2015 flink gegroeid zijn.
Antwoorden
Er moet dus een antwoord komen op de vraag hoe we met leerlingen omgaan die een smartphone of vergelijkbaar apparaat hebben. Wordt het weer de bekende ‘petjes-af-en-jassen-uit-reactie’ of gaan we gebruik maken van een deel van de leerstijl van onze toekomstige leerlingen? In het programma zie ik dat er gelukkig meerdere presentaties zijn die zich met het onderwerp bezig gaan houden.
Bring any device
Tijdens de verdiepingsconferentie gaan we ervaren wat het betekent als je een club voor je hebt die allerlei veschillende apparaten bij zich heeft. Wat kan er nog wel? Wat kan er net niet meer? Tot welke chaos gaat het leiden? Maar ook: welke feniksen zullen er opstaan? Veel verschillende apparaten meenemen luidt het devies, dat maakt het experiment nog mooier.

De voedselprinter

In het themanummer Trends in de toekomst van het blad Voedingsmiddelentechnologie wordt uitgebreid aandacht besteed aan de foodprinter. De 3D-printer lijkt me al redelijk bekend, maar de specifieke toepassing op voedsel wat minder. De ontwikkeling van de voedselprinter kwam in een versnelling terecht toen de moleculaire gastronomie populair werd. In deze richting in de professionele keuken wordt bewust gebruik gemaakt van de fysische en chemische eigenschappen van voedsel. Producten worden tot in het extreme ontleed om vervolgens in een andere gedaante gereconstrueerd te worden. Het principe van de voedselprinter lijkt op dat van de gewone kleurenprinter: reservoirs met ingrediënten plaatsen, op de knop drukken en de machine doet het werk. Het klinkt eenvoudiger dan het is. Sommige componenten moeten verhit worden om te kunnen verwerken, bijv. chocolade, en er is ook verschil in viscositeit (vloeibaarheid) tussen de verschillende grondstoffen. Toch geloven onderzoekers van o.a. de Universiteit van Twente en TNO dat het printen van vlees en vleesvervangers mogelijk moet zijn. En wanneer kunnen we er een halen op de foodgadget afdeling van de Bijenkorf? Dat zal niet eerder dan over 10 à 20 jaar zijn.

Het filmpje gaat over de Moléculaire, een driedimensionale voedselprinter, die Nico Kläber in 2009 voor Electrolux  ontwikkelde.

In de reacties staat een link naar een artikel dat gaat over 3D-printen, waaronder ook de voedselprinter. En prachtige voorbeelden van wat er mogelijk is!

Iets voor de visueel ingestelden

Via een van de fora van de Open Universiteit werd ik geattendeerd op de site http://www.visual-literacy.org/ De site is opgezet als een e-leren cursus om te werken aan ‘visuele geletterdheid’.  Deze geletterdheid bestaat uit het gebruiken van de juiste visualisatie methode bij het juiste vraagstuk. Dat kan een digitaal product zijn, maar ook het op papier getekende diagram. Met een paar mooie toepassingen voegt de site de daad bij het woord. Op de site staat een periodiek systeem van visualisatie methodes en als je daar op een van de elementen klikt verschijnt er een pop-up venster met een voorbeeld van de methode. Iets vergelijkbaars is er voor visualisatie software met links naar de betreffende website.

Betrouwbare keurmerken? Ze bestaan nog!

Wildgroei is een ziekte van onze tijd. Of het nu om coaches, social media specialisten of ambachtelijk bereid voedsel gaat, een etiket is nog geen garantie voor kwaliteit. Ook de wereld van de keurmerken lijdt hier onder. De Engelsen zeggen terecht: the proof of the pudding is in the eating.

Op 2 oktober plaatste ik een bestelling bij de firma Laptopmaxx en betaalde per Ideal, bestelling en betaling werden keurig bevestigd. En toen begon het lange wachten. Op 10-10 maar eens een mail gestuurd, geen reactie. Op 14-10 gebeld, juffrouw kon bestelling en betaling niet terugvinden in administratie, ik zou teruggebeld worden. In de week daarna paar keer gebeld, telefoon werd niet opgenomen.
Op de website stonden een paar keurmerken en ik dacht: laat ik daar eens aankloppen, eens zien wat ze waarmaken. Op 2-11 het klachtenformulier van Stichting Thuiswinkel Certificaat ingevuld. Direct reactie ontvangen: ” Ik zal contact opnemen met de firma Laptopmaxx en uitzoeken waarom u niets meer vernomen heeft. Mocht ik meer informatie hebben dan kom ik zo spoedig mogelijk bij u terug.” Inderdaad, dezelfde dag nog reactie van het bedrijf dat er de week daarop geleverd zou worden. Op 14-11 nog niets en dus maar mail gestuurd dat ik mijn geld terug wilde hebben. Ook vanuit de Stichting Thuiswinkel een mail aan het bedrijf met het uitdrukkelijke verzoek terug te betalen. Dezelfde dag bericht van bedrijf dat het geld teruggestort zou worden. En dat was het laatste levensteken dat ik vernam van het bedrijf. Op 28-11 mail van Stichting Thuiswinkel: of er al een oplossing was. Nee, die was er dus nog steeds niet. Deze week ontving ik het bericht dat de firma Laptopmaxx geschorst is als lid van de Stichting Thuiswinkel Certificaat. Mijn geld heb ik daarmee nog niet terug, maar ik weet wel dat er een keurmerk is dat doet wat het belooft: opkomen voor de belangen van de consument.

Zo’n leerling dus

Drie weken geleden een mailtje van leerling V. dat hij niet naar de les (opleiding kok, niv 2) kon komen. Aanrijdinkje en gekneusde enkel tot gevolg. “Is het een goed idee als ik de opdrachten deze week nog een keer maak thuis en er foto’s van maak en die naar u toestuur? dan weet u in ieder geval dat ik ermee bezig bent en ziet u het resultaat.” Ik antwoordde hem dat ik dat een goed idee vond, maar dat hij ook foto’s van het productieproces moest maken en niet alleen van het eindresultaat. Tussentijds een update: “Ik heb alles stap voor stap gefilmd en alles is bijna klaar, ik maak er een soort handleiding van zodat iedereen kan zien hoe ik het doe en er meteen zelf van kan leren. Als het allemaal gemonteerd is en is geupload zal ik u de links doorsturen.” Het zouden dus geen foto’s worden maar filmpjes. Het resultaat kwam vandaag binnen: vier filmpjes die op Youtube geplaatst zijn met de bedoeling anderen er ook van te laten leren. Het zijn filmpjes die ik volgend jaar één op één als lesmateriaal kan gebruiken. Inhoudelijk moet ik het nog met hem doorspreken, maar wat een prachtige manier van leren!

 

Uit de school geklapt 12

De wachtwoordterreur heeft nu ook onze leerlingen bereikt. Moesten wij al aan allerlei voorwaarden voldoen om maar ingelogd te raken, nu gaan we het ook onze leerlingen moeilijk maken. De meest belachelijke regel is dat elke 90 dagen het wachtwoord veranderd moet worden en dat het niet mag lijken op de 20 voorgaande. Een snelle rekensom leert dat je dus voor zo’n 5 jaar verschillende wachtwoorden moet bedenken. Degene die deze draconische regel bedacht heeft, zal wel zijn eigen intelligentie als maatstaf gebruikt hebben, want er is bijna geen mbo’er die vijf jaar over z’n opleiding doet.

Denken in modellen: TPACK

Deze week verscheen er een oproep op Twitter om praktijkvoorbeelden te geven van het gebruik van video in het onderwijs. Omdat ik al een aantal jaren video inzet als instructie-, feedback- en reflectiemiddel, heb ik op de oproep gereageerd. En toen begon het gedonder: of ik het wilde beschrijven met het TPACK-model. Wel eens die term voorbij zien komen, maar me er nooit in verdiept. Maar wie A zegt, moet ook B zeggen en vandaag heb ik maar eens de Kennisnetbrochure gedownload. TPACK blijkt een model te zijn om de kennisbasis van docenten te beschrijven en het beslaat drie terreinen/componenten: de vakinhoud, de didactiek om die inhoud aan de man te brengen en de technologie om in dat didactische proces in te zetten. Tot zover snapte ik het wel. Het probleem ontstond toen ik het filmpje dat ik als voorbeeld wil gebruiken, in het betreffende model wilde stoppen. Wat was nu precies de bedoeling? Ik heb het opgelost door de drie componenten te beschrijven aan de hand van het gebruik van het filmpje. Hopelijk is dat de bedoeling. En zo niet, dan hoor ik het graag. Feedback komt ten goede aan mijn TPACK-ontwikkeling! Klik hier voor de uitwerking.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.